De geschiedenis van ‘de Moezeköttel’

 

Boerderij ‘de Moezeköttel’

Op de plaats van het bijgebouw stond vanaf 1840 het boerderijtje ‘de Moezeköttel’
Het was gebouwd met het woongedeelte naar de wei en de stal en deel met de achterdeuren pal aan het Asbroek, dat toen een alleen een karrenspoor was. Vóór het voorhuis lag een grote moestuin en een boomgaard met fruitbomen. De rest van het perceel was akkerland en weiland. Het geheel was niet groter dan 1,7 hectare. Toch waren deze bewoners helemaal zelfvoorzienend.

Twee familienamen komen verschillende keren terug in de bewonersarchieven van het boerderijtje, nl Bosman en Roes. De laatste bewoner en eigenaar was Willem Roes (*1880 †1951) en zijn vrouw Gerarda (Grada) of Trui Kapelle (*1885 † 1952). Willem en Trui Roes zijn waarschijnlijk nadat ze gehuwd zijn in 1915 in het boerderijtje komen wonen.

Noodwoning ‘de Moezeköttel’

In maart 1945, bij de bevrijding van Megchelen werden veel huizen en boerderijen vernield. Zo ook werd het woongedeelte van het boerderijtje in puin gelegd. Het achterhuis met de deel en de stal, bleef nog helemaal intact. Dus wonen kon niet meer, maar het boerenleven kon echter wel weer hervat worden. Ondertussen vinden ze onderdak bij de buurman Jan Reintjes, die als metselaar het boerderijtje wat hersteld en helpt bij de bouw van de noodwoning. In de wederopbouwperiode werden 3 typen noodwoningen gebouwd van verschillende grootte. Willem Roes en zijn vrouw kregen het kleinste model noodwoning met één slaapkamer.

1945-1951  Familie Roes -Kapelle

Najaar 1945 trekken Willem en Grada in de noodwoning. De voordeur (dan is er nog geen aanbouw) leidt naar een ‘lange’ gang, die als keuken dient, met rechts de wc en slaapkamer. In de zit-woonkamer staat links onder het raam een dressoir, aan de kant van de Nieuweweg onder het raam een tafel met stoelen en rechts tegen de muur een aanrechtblad. Water komt uit de pomp in het achterhuis van het boerderijtje. Het kolenfornuis uit de boerderij wordt vaak aangestoken in de koude noodwoning. Willem heeft veel last van reuma  en daardoor veel pijn. Al die tijd blijft het achterhuis van het boerderijtje staan en doen de stallen, de opslagruimte, het washok en de pomp daar dienst. Op 16 januari 1951 sterft Willem Roes en Grada trekt na enkele maanden in bij haar broer Hent Kapelle in het dorp Megchelen .

1951-1955  Familie Visser

Hendrikus (Hent) Visser (*1904 †1977) en Marie Visser-Ter Beke (*1923 †2005) woonden na hun huwelijk in 1947 in bij de broer van Hent, Cornelis, aan de Nieuweweg 13. De oudste twee zonen, Wim (*1948) en Jan (*1950), werden daar geboren. Het gezin had daar twee kamers. In oktober 1951 verhuisden ze naar de Moezeköttel, de kleine noodwoning.
De pomp van het achterhuis van de boerderij werd verplaatst naar buiten, om de hoek bij de buitendeur van de noodwoning. Het restant van de boerderij werd na een storm, waarschijnlijk de februaristorm van 1953, waarbij de achtergevel instortte, afgebroken. Hent Visser en zijn broer Cornelis bouwden een houten voorhok op een stenen fundering aan de noodwoning, het zgn. kabuufke. In deze ruimte stonden de fietsen, wasteil, kolen voor de kachel, petroleumstel, etc.

Door de volgende deur stapte je de keuken in.

Moezekottel14-3-2015Heel klein, slechts een gootsteen waarvan het gebruikte water naar buiten het gras in liep. Koken gebeurde op de kachel in de woonkamer. Eten en afwassen vonden hier ook plaats. Een olielamp boven de tafel was de lichtbron. In de slaapkamer sliepen de ouders en de twee jongens. De jongste, Theo (*1953) sliep in een wiegje dat ’s avonds in de woonkamer werd gezet. Alles was sober en schaars ingericht. Buiten was er gras, een notenboom, maar er was geen groentetuin. Groenten haalden ze bij broer Cornelis. De kavel was met prikkeldraad afgezet. Daarachter liepen de 2 koeien van Hent Kapelle, die dagelijks gemolken werden. Hent en Marie Visser moesten twee gulden en vijftig cent huur per week betalen aan Gerarda Roes-Kapelle en Hent Kapelle. Hent en Marie hadden een kippenhok met 3 broedmachientjes. De uitgekomen kuikens verkochten ze. Vandaar dat ze ‘Tuten Hent en Tuten Marie’ werden genoemd. Marie breide veel. Ze had in die tijd al een breimachine, die met de hand bediend moest worden. Ze kreeg veel opdrachten uit de omgeving om kleding te breien. Toch was het gezin arm en waren ze vaak aangewezen op hulp van hun omgeving.
De familie Visser verhuisde in februari 1955 naar een volgende noodwoning gelegen aan de Julianaweg in het dorp, daar was wel elektriciteit. Deze woning was groter en had twee slaapkamers.

1955-1966  Hugo Meeldijk en Mia Löevering

Hugo en Mia Meeldijk waren eerst in de kost bij de familie Pastoors in het ‘rooie dorp’ in Gendringen. Dit huis is afgebroken en stond op de plek van de huidige brandweerkazerne.
Op 14 februari 1955 kwamen Hugo Meeldijk (*1915 Piershil, (Hoekse Waard) †1966 Megchelen) en Hendrika Maria (Mia) Löevering (*1926 Bergh †1992 Bergh) in de Moezeköttel wonen.
Hugo veranderde veel aan de woning. Hij verfde de noodwoning wit en bracht in het kabuufke een elektrische pompinstallatie aan .Tijdens de ruilverkaveling, tussen 1958 en 1962, kwam er voor de Moezeköttel elektriciteit en waterleiding beschikbaar.
Aan de zijkant van de woning aan het Asbroek, bouwde hij een afdak waaronder hij sleutelde aan motoren en auto’s. Aan de oostkant van de ingang kwam een groentetuintje, die ze volop gebruikten. Hugo was een sociaal en technische man met gezondheidsproblemen en  voor die tijd een beetje excentriek. Hij hielp de boeren op het land en reed de mensen naar de kerk. De kinderen uit de buurt mochten er TV kijken, naar Swiebertje. Hugo is in de noodwoning gestorven. Mia ging terug naar haar familie in ‘s Heerenberg.

1967 tot heden  Familie Hettelaar

De familie Hettelaar, de naaste buren, kocht in 1967 de woning met erf en het bouwland. Ze wilde graag de grond erbij hebben en de noodwoning werd een stal voor kalveren.

 

In het voorjaarsnummer 2014 van het magazine  ‘Naober’ kon men dit lezen: Naober Moezekottel

 

Filmpje: geschiedenis Moezeköttel: